Aanmelden Nieuwsbrief
| Actueel Wet- en regelgeving |
|
|
|
In het vooroverleg is een wereld te winnen!!!! Het Steunpunt Cultureel Erfgoed organiseert twee keer per maand een spreekuur voor met name de gebouwde monumenten. Gemeenten kunnen (eventueel in aanwezigheid van eigenaren en/of architecten) in een vroeg stadium bouwplannen voorleggen. Naast de coördinator van het Steunpunt Cultureel Erfgoed is de secretaris van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Cultuurhistorie en de bouwkundig consulent van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aanwezig. Indien aan de orde is de archeoloog aanwezig bij het spreekuur. Gemeenten kunnen naast bouwplannen ook ingrepen in Beschermde Stads- en Dorpsgezichten in het bouwplanoverleg behandelen. De stedenbouwkundige van de RCE is agendalid van het spreekuur en sluit in dien nodig opmerkingen kort met de coördinator van het Steunpunt. Modernisering Monumentenzorg (MoMo) Door middel van de MoMo wordt ingezet op een tweetal koerswijzigingen binnen de monumentenzorg: enerzijds wordt ingezet op een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering en anderzijds op het voortzetten van de verschuiving van een conserverende naar ontwikkelgerichte monumentenzorg. In de huidige aanpak van het bestaande Spreekuur staat de objectgerichte monumentenzorg nog steeds voorop. Voor een meer ontwikkelings- en omgevingsgerichte monumentenzorg is het bestaande spreekuur voor bouwplannen dit jaar uitgebreid met het ruimtelijke planoverleg.
Jaar van de Historische Buitenplaats 2012 Onze historische buitenplaatsen zijn het meer dan waard om gekend en behouden te worden. Daarom is 2012 uitgeroepen tot het Jaar van de Historische Buitenplaats. Een buitenplaats is een monumentaal huis, vaak met bijgebouwen, dat een harmonieus en onlosmakelijk geheel vormt met een omliggende tuin of park. Ooit kende Nederland ruim 6.000 buitenplaatsen: monumentale, meestal 17de en 18de-eeuwse huizen met tuinen en parken gelegen in lommerrijke buitengebieden. In onze tijd zijn nog zo’n 500 van deze markante buitenplaatsen bewaard gebleven. Meer dan de helft hiervan wordt bewoond door particulieren, de overige buitenplaatsen zijn in eigendom van landschap- en monumentenorganisaties, overheden, bedrijven en instellingen. Deze monumentale historische buitenplaatsen zijn niet alleen plekken van grote culturele, landschappelijke en natuurwaarde, zij vormen tevens een tastbare herinnering aan onze rijke en destijds toonaangevende nationale geschiedenis. De Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012 (THB2012) is in februari 2012 opgericht en heeft de ambitie om door middel van een gevarieerd en aantrekkelijk programma een breed publiek kennis te laten maken met de historische buitenplaats in Nederland. Zie ook de speciale website over dit themajaar: www.buitenplaatsen2012.nl
Minder vergunningen voor monumenten vanaf 2012 Met ingang van 1 januari 2012 is voor minder activiteiten aan monumenten en in beschermde gezichten een vergunning verplicht. Dat geldt voor: - gewoon onderhoud waarbij het uiterlijk van het rijksmonument niet wijzigt en voor inpandige wijzigingen aan onderdelen zonder monumentale waarde. Tot 1 januari 2012 is voor het wijzigen van een rijksmonument altijd een vergunning nodig. - de activiteiten die in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als ‘bouwen van een bouwwerk’ omschreven staat. Dit is in meer gevallen vergunningvrij. Het gaat daarbij om bepaalde bouwactiviteiten in, aan, op of bij gemeentelijke, provinciale en rijksmonumenten, mits die plaatsvinden aan onderdelen zonder monumentale waarde en om: - bepaalde bouwactiviteiten in rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten aan achtergevels of op achtererven. Tot januari 2012 is voor bijna alle bouwactiviteiten in beschermde stads- en dorpsgezichten een omgevingsvergunning nodig. In de handleiding Vergunningvrij. Informatie voor professionals (uitwerking van de Factsheetvergunningvrij) is dit beschreven. Link naar www.cultureelerfgoed.nl: informatie voor professionals. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 31 augustus 2011
Modernisering Monumentenzorg Met ingang van 1 januari 2012 zal de Monumentenwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wijzigen. Deze aanpassingen zijn allemaal te scharen onder de pijler twee ‘vereenvoudiging van de regelgeving’ van de Modernisering Monumentenzorg. In het kader van pijler drie van de MoMo: bevorderen van herbestemming is er per 1 november 2011 de Subsidieregeling voor het wind- en waterdicht houden van monumenten en voor haalbaarheidsstudies naar herbestemming van kracht. Per 1 januari 2012 verandert dan het volgende: - De grens van vijftig voor het aanwijzen van monumenten komt te vervallen; - De mogelijkheid voor belanghebbenden om aanwijzigingsverzoeken tot rijksmonument te doen, vervalt; - De wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) treedt in werking dat bepaalt dat bij het maken van bestemmingsplannen, rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorie. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden (MoMo pijler een: cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening); - De algemene maatregel van bestuur die het vergunningvrij wijzigen van rijksmonumenten, de procedure voor het wijzigen van rijksmonumenten vereenvoudigt en het vergunningvrij bouwen in beschermde gezichten regelt, treedt in werking; - Wijziging Besluit omgevingsrecht (Bor) m.b.t. beperking adviesrol van Gedeputeerde Staten. Het adviesrecht van Gedeputeerde Staten met betrekking tot rijksmonumenten buiten de bebouwde kom wordt met ingang van 1 januari 2012 gelijkgetrokken met de adviesrol van de Minister (die ongeacht de situering adviseert). Het college van Burgemeester en Wethouders is verplicht om indien er sprake is van substantiële ingrepen aan het monument : o (gedeeltelijke) sloop; o ingrijpende wijzigingen; o reconstructie; o wijziging bij herbestemming de Minister (en buiten bebouwde kom ) GS Gedeputeerde staten om advies te vragen. In alle andere gevallen volstaat dan het advies van de gemeentelijke commissie (deze verplichting is opgenomen in de Monumentwet 1988). Let op: indien er sprake is van een relatief eenvoudige ingreep en geen extra advies wordt gevraagd aan de Minister en (buiten bebouwde kom) aan GS, dan geldt de reguliere voorbereidingsprocedure (beslistermijn 8 weken met maximaal 6 weken verlenging). Indien er een advies wordt gevraagd aan de Minister en (buiten de bebouwde kom) aan GS blijft de uitgebreide voorbereidingsprocedure gelden (beslistermijn 26 weken met maximaal 6 weken verlenging). Voorbeelden van ingrijpen waarover de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Gedeputeerde Staten adviseert.
Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten De Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten is vanaf 1 november 2011 door het rijk opengesteld en bevordert een duurzaam gebruik van monumenten. De rijksoverheid kan bijdragen in de kosten: - om de haalbaarheid van een herbestemming te onderzoeken; - om het monument in de tussentijd wind- en waterdicht te houden. Voor de regeling stelt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap € 2,4 miljoen per jaar beschikbaar. Hiervan is € 1,4 miljoen voor het wind- en waterdicht maken van monumenten en € 1 miljoen om de haalbaarheid van een herbestemming te onderzoeken (haalbaarheidsonderzoek). Het budget voor de haalbaarheidsonderzoeken zal eenmalig met € 1,6 miljoen verhoogd worden, omdat deze regeling bijdraagt aan de leefbaarheid van gebieden waar deze onder druk staat. Het gaat dan om aandachtswijken, krimpregio’s en zogeheten Ortega-gemeenten (Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer en Zoetermeer). Belangrijke uitgangspunten voor de subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten zijn (zowel voor het haalbaarheidsonderzoek als voor wind- en waterdicht houden van het monument): - de regeling geldt voor rijksmonumenten, gemeentelijke- en provinciale monumenten. Maar ook voor niet beschermde monumenten. Bij niet beschermde monumenten moet het dan wel gaan om objecten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente van monumentale waarde zijn. - Monumenten die eigendom zijn van de rijksoverheid, zijn uitgesloten van subsidiëring, evenals woonhuizen. Voor de laatste categorie monumenten zijn andere financieringsmogelijkheden voorhanden. - De verdeling van de subsidies vindt plaats volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. - De subsidie bedraagt 70% van de kosten van het haalbaarheidsonderzoek of 70% van de subsidiabele kosten van de werkzaamheden om het object wind- en waterdicht te houden. Voor een haalbaarheidsonderzoek kan per aanvraag over ten minste € 10.000 en ten hoogste € 25.000 subsidie worden verstrekt. De subsidiabele kosten voor het wind- en waterdicht houden van het monument bedragen ten minste € 10.000 en ten hoogste € 50.000. U kunt u subsidieaanvraag indienen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort, vanaf 1 november 2011 tot uiterlijk 30 september 2012. Daarbij geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Voor meer informatie (tekst van de regeling, informatieblad en aanvraagformulieren) verwijzen wij u naar de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Vanaf 2013 nieuwe regeling instandhouding rijksmonumenten In 2013 wordt de instandhoudingsregeling aangepast op basis van de evaluatie van de afgelopen zes jaar. Begin 2012 presenteert de staatssecretaris de nieuwe plannen. Het nieuwe Brim 2012 zal rekening houden met: - Rijksmonumenten die (onderdeel van) Werelderfgoed zijn; - Wensen van de professionele monumentenorganisaties; - Een goede spreiding van subsidiemiddelen.
Overgangsjaar (2012) voor instandhoudingssubsidie rijksmonumenten (BRIM regeling) Staatssecretaris Zijlstra heeft in een brief van 23 september zijn uitgangspunten voor het overgangsjaar 2012 aan de Tweede Kamer bekendgemaakt. Vanwege de enorme belangstelling voor instandhoudingssubsidie wordt de uitvoering van de regeling voor 2012 op drie punten aangepast. In 2012 zullen zo veel mogelijk aanvragen voor de subsidieregeling voor instandhouding van rijksmonumenten (Brim 2011) worden gehonoreerd. Net als voorheen blijft als eerste criterium gelden: ‘Wie het eerst komt, die het eerst maalt’ – ook voor de voorrangsgroepen. Vanaf 2012 structureel restauratiegeld
|

